Zondag. Voor mij voelt het hier aan als een normale door de weekse dag. Als ik niet beter zou weten dan had ik het hier gewoon iedere willekeurige dag van de week kunnen zijn. Alleen omdat de banken op de zondag middag dicht zijn, weet ik dat het ook echt zondag is.
Mijn drink yoghurt is op en loop gisteren van het hotel naar de supermarkt. De grootste hier in de omgeving. Als ik langzaam maar dichterbij de supermarkt kom verdwijn ik langzaam in de mensen massage. Alle terrassen buiten bij de supermarkt zitten vol. Een weg de supermarkt in banen is zo goed als onmogelijk. Dan herinner ik mij weer waarom ik vroeger nooit op zondag naar de supermarkt ging.
Als ik de supermarkt eindelijk in ben, verdwijn ik voor eens volledig in de anonimiteit. Wordt niet aan- en nagekeken. Mensen roepen niet en kijken ook niet om. Hmmm voel met net even een Chinees. Lekker anoniem en niemand die aandacht voor mij heeft. Heel even... want zodra ik de roltrap op ga kijken de mensen die van boven naar beneden komen wel. Ik kijk net zo lang terug, zodat ze weten hoe ik me voel...
Boven pak ik snel een mandje. Ben nog geen drie minuten binnen en wil al weer weg. Even denk ik dat ik morgen (vandaag) maar terug moet komen. Heel even... want als ik denk dat ik 's avonds naar bed moet zonder mijn Yoghurt, dan is de drang om te kopen toch even iets groter. Vol goede moet start ik mijn ronde. De ronde die ik drie jaar geleden iedere keer maakte. Je weet tenslotte nooit wat je onderweg tegen komt en wat je had kunnen gebruiken. Als ik nog niet halverwege ben heb ik al spijt. Als westerling wil ik snel overal doorheen. Heb een hekel aan winkelen en dus ook nu. Men neemt hier terecht de tijd voor het winkelen en doen alles op hun gemak, zoals ik dat hier vroeger ook deed. Nu leef ik gedachten nog in het de gehaastte westerse wereld. Gevolg is dat ik nergens door kan lopen en als een bijna gefrustreerde Mr. Bean achter de mensen aan loop en rond kijk naar een gaatje op waar ik ze kan inhalen.
Na enkele minuten bereik ik de plaats van bestemming. Net voor de plaats des onheil... De yoghurt hebben ze naar voren in de supermarkt verplaatst, net na de groente. Ik laat mijn, nog altijd lege mandje, met de drink yoghurt en maak me uit de voeten. 10 meter... en dan houd het op. Drukker dan druk. Alles en iedereen moet door een smal gangpad waar ook de vleeswaren nog eens staan. Ruimte genoeg in de supermarkt, maar op het smalste stuk moet het allemaal gebeuren. Het is net een mierenhoop. Alles en iedereen loopt door elkaar heen. Niemand die kijkt en iedereen denkt aan zichzelf. Als ik mij een weg probeer te banen door de massa, zoals ieder ander denk ik al aan hoe fijn het is als ik dadelijk weer de ruimte heb. 3 minuten later en 20 meter verder sta ik bij de bakker. Even denk ik er aan om nog broodjes uit te zoeken, maar de drukte word me te veel. Word nog gekker dan ik al ben... en neem snel de roltrap naar beneden naar de kassa. Afrekenen en wegwezen. De niet anonimiteit in. Of...? Op straat ben ik plotseling een stuk anoniemer dan normaal. De aandacht gaat niet uit naar mij, maar mijn plastic tas. De tas van de supermarkt. Deze is opeens het meest interessant en de vraag die ongetwijfeld bij de meeste mensen gespeeld heeft is: wat zou die buitenlander nou toch gekocht hebben?
Gisteren avond weer even bij Wen langs geweest. Hoe kan het ook anders. Als hij me al ziet begint hij al uitbundig te zwaaien. Eergisteren heb ik hem "Good evening" geleerd. Hij begroette me namelijk 's avonds met "Good morning", omdat hij niet anders kende. Als ik hem uitleg dat het good evening is, moet hij lachen. Zichzelf veronschuldigend maakt hij er een grapje over en ik klop hem om zijn schouder en zeg dat het niets uit maakt. Nu begroet hij met "Good evening" en een grote lach. Ben trots op mijn leerling, zoals hij dat op zijn leerling is als ik goede tijden rijd.
Karten was gisteren alleen niet wat. In mijn hoofd speelden onbedoeld andere dingen en na mijn eerste heat schudde Wen al met zijn hoofd. "Feeling no good?". Nee, het gevoel is er niet en mijn hoofd is ook niet leeg. Wat er wel speelt weet ik zelf niet eens. "Go home"... zegt Wen. Eigenwijs als ik ben laat ik me niet uit het veld slaan. Ik heb nog tickets over en moet en zal laten zien dat ik het nog kan. Als het rustig is, ga ik samen met Wen rijden. Vraag hem om met mij mee te rijden zodat ik iemand heb om me aan op te trekken. Het gaat beter, maar het is er nog niet helemaal. Wel ben ik al sneller dan mijn leraar, die het afschuift op zijn dikke buik. Als ik hem eraan herinner dat hij me ook veel dikker vind dan voorheen, moeten we lachen en krijg ik te horen dat ik lang niet zo dik ben als hem. Daar heeft hij gelijk in.
Nadat ik later nog met een karter, wie een eigen race kart heeft, uit Macau heb rond gereden neem ik weer afscheid. Wen houdt van chatten met een webcam vertelde hij me de eerste avond dat ik terug was. Eergisteren had hij dan ook maar 4 uurtjes geslapen. Ik gebaar naar hem. Geen chatten vanavond, maar slapen! Wen kijkt me boos aan en wimpelt mij weg. We moeten lachen omhelzen elkaar. "See you tomorrow"... en hij zwaait. Ik loop naar de kantine. Als ik omkijk zwaait Wen nog een keer... ik zwaai terug en ga naar huis. Morgen is er weer een nieuwe dag.
Als ik terug loop naar het hotel kom ik langs de koffie bar van Lanna. Ze is er zelf niet, maar een collega van haart is aan het werk. Denk dat ze een jaar of 18 of 19 is. Weet het niet precies. Ben nog niet moe en ga dus zitten aan de bar en bestel een sinaasappelsap. Niet veel later voel ik gestoot aan mijn arm. Een oude vrouw staat met een leeg schaaltje tegen mijn arm te stoten en te bedelen om geld. Iedere dag weer... Ik wimpel haar af, maar ze gaat niet. Totdat de collega van Lanna helpt. Ze weet dat ik het vervelend vind en lacht naar me als de oude dame nu wel weg gaat. Helemaal weet ik niet precies wat ze zegt, maar kan er wel uit opmaken dat ze zegt dat ik geen geld heb. Die paar woorden Chinees ken ik nog net.
Enkele minuten later kijk ik wat achter me. Zie en vrouw lopen met haar demente vader. Ze neem hem mee aan een stok. De stok is eigenlijk meer een steel met rood plastic waarvan een deel is afgebladerd. De man heeft is erg vies en heeft zijn ogen dicht. Het is net alsof hij geen ogen heeft. Wie weet heeft hij dat ook niet, maar als ik te lang kijk, trek ik de aandacht van de vrouw. Kijk snel de andere kant op, alsof ik niets gezien heb. De spanning in mij word groter en voel het aankomen. Er begint iemand tegen me te praten. Ze staat 2 meter links van mij en hoor dat het een vrouw is. Ik doe alsof ik niets hoor. Als er tegen mijn arm geduwd word kan ik niet meer doen alsof ik niets door heb. Ik kijk en zie dat het de vrouw is met haar demente vader. Ze vraagt om geld. Ik zeg nee en draai de andere kant op. De collega helpt me en doet een poging de vrouw af te wimpelen. Ze blijft echter gewoon staan. Minuten lang. Later pak mijn glas en drink door middel van het rietje mijn sinasappelsap. Heb nu lang genoeg gewacht met drinken. De vrouw duwt het schaaltje weer tegen mijn arm en vraagt om geld. De wereld is hier hard en moet daardoor ook hard zijn. Als ik geld geef, staat ze iedere dag bij mij te bedelen, net zoals al die tien anderen. Ik zeg haar daarom weer "nee", draai me om en drink verder. De collega van Lanna wimpelt definitief af. De vrouw loopt achter mij langs naar de volgende bar. Even zie ik haar nog naar mij kijken en kijk ik nog terug. Ik voel me schuldig...
Mijn drink yoghurt is op en loop gisteren van het hotel naar de supermarkt. De grootste hier in de omgeving. Als ik langzaam maar dichterbij de supermarkt kom verdwijn ik langzaam in de mensen massage. Alle terrassen buiten bij de supermarkt zitten vol. Een weg de supermarkt in banen is zo goed als onmogelijk. Dan herinner ik mij weer waarom ik vroeger nooit op zondag naar de supermarkt ging.
Als ik de supermarkt eindelijk in ben, verdwijn ik voor eens volledig in de anonimiteit. Wordt niet aan- en nagekeken. Mensen roepen niet en kijken ook niet om. Hmmm voel met net even een Chinees. Lekker anoniem en niemand die aandacht voor mij heeft. Heel even... want zodra ik de roltrap op ga kijken de mensen die van boven naar beneden komen wel. Ik kijk net zo lang terug, zodat ze weten hoe ik me voel...
Boven pak ik snel een mandje. Ben nog geen drie minuten binnen en wil al weer weg. Even denk ik dat ik morgen (vandaag) maar terug moet komen. Heel even... want als ik denk dat ik 's avonds naar bed moet zonder mijn Yoghurt, dan is de drang om te kopen toch even iets groter. Vol goede moet start ik mijn ronde. De ronde die ik drie jaar geleden iedere keer maakte. Je weet tenslotte nooit wat je onderweg tegen komt en wat je had kunnen gebruiken. Als ik nog niet halverwege ben heb ik al spijt. Als westerling wil ik snel overal doorheen. Heb een hekel aan winkelen en dus ook nu. Men neemt hier terecht de tijd voor het winkelen en doen alles op hun gemak, zoals ik dat hier vroeger ook deed. Nu leef ik gedachten nog in het de gehaastte westerse wereld. Gevolg is dat ik nergens door kan lopen en als een bijna gefrustreerde Mr. Bean achter de mensen aan loop en rond kijk naar een gaatje op waar ik ze kan inhalen.
Na enkele minuten bereik ik de plaats van bestemming. Net voor de plaats des onheil... De yoghurt hebben ze naar voren in de supermarkt verplaatst, net na de groente. Ik laat mijn, nog altijd lege mandje, met de drink yoghurt en maak me uit de voeten. 10 meter... en dan houd het op. Drukker dan druk. Alles en iedereen moet door een smal gangpad waar ook de vleeswaren nog eens staan. Ruimte genoeg in de supermarkt, maar op het smalste stuk moet het allemaal gebeuren. Het is net een mierenhoop. Alles en iedereen loopt door elkaar heen. Niemand die kijkt en iedereen denkt aan zichzelf. Als ik mij een weg probeer te banen door de massa, zoals ieder ander denk ik al aan hoe fijn het is als ik dadelijk weer de ruimte heb. 3 minuten later en 20 meter verder sta ik bij de bakker. Even denk ik er aan om nog broodjes uit te zoeken, maar de drukte word me te veel. Word nog gekker dan ik al ben... en neem snel de roltrap naar beneden naar de kassa. Afrekenen en wegwezen. De niet anonimiteit in. Of...? Op straat ben ik plotseling een stuk anoniemer dan normaal. De aandacht gaat niet uit naar mij, maar mijn plastic tas. De tas van de supermarkt. Deze is opeens het meest interessant en de vraag die ongetwijfeld bij de meeste mensen gespeeld heeft is: wat zou die buitenlander nou toch gekocht hebben?
Gisteren avond weer even bij Wen langs geweest. Hoe kan het ook anders. Als hij me al ziet begint hij al uitbundig te zwaaien. Eergisteren heb ik hem "Good evening" geleerd. Hij begroette me namelijk 's avonds met "Good morning", omdat hij niet anders kende. Als ik hem uitleg dat het good evening is, moet hij lachen. Zichzelf veronschuldigend maakt hij er een grapje over en ik klop hem om zijn schouder en zeg dat het niets uit maakt. Nu begroet hij met "Good evening" en een grote lach. Ben trots op mijn leerling, zoals hij dat op zijn leerling is als ik goede tijden rijd.
Karten was gisteren alleen niet wat. In mijn hoofd speelden onbedoeld andere dingen en na mijn eerste heat schudde Wen al met zijn hoofd. "Feeling no good?". Nee, het gevoel is er niet en mijn hoofd is ook niet leeg. Wat er wel speelt weet ik zelf niet eens. "Go home"... zegt Wen. Eigenwijs als ik ben laat ik me niet uit het veld slaan. Ik heb nog tickets over en moet en zal laten zien dat ik het nog kan. Als het rustig is, ga ik samen met Wen rijden. Vraag hem om met mij mee te rijden zodat ik iemand heb om me aan op te trekken. Het gaat beter, maar het is er nog niet helemaal. Wel ben ik al sneller dan mijn leraar, die het afschuift op zijn dikke buik. Als ik hem eraan herinner dat hij me ook veel dikker vind dan voorheen, moeten we lachen en krijg ik te horen dat ik lang niet zo dik ben als hem. Daar heeft hij gelijk in.
Nadat ik later nog met een karter, wie een eigen race kart heeft, uit Macau heb rond gereden neem ik weer afscheid. Wen houdt van chatten met een webcam vertelde hij me de eerste avond dat ik terug was. Eergisteren had hij dan ook maar 4 uurtjes geslapen. Ik gebaar naar hem. Geen chatten vanavond, maar slapen! Wen kijkt me boos aan en wimpelt mij weg. We moeten lachen omhelzen elkaar. "See you tomorrow"... en hij zwaait. Ik loop naar de kantine. Als ik omkijk zwaait Wen nog een keer... ik zwaai terug en ga naar huis. Morgen is er weer een nieuwe dag.
Als ik terug loop naar het hotel kom ik langs de koffie bar van Lanna. Ze is er zelf niet, maar een collega van haart is aan het werk. Denk dat ze een jaar of 18 of 19 is. Weet het niet precies. Ben nog niet moe en ga dus zitten aan de bar en bestel een sinaasappelsap. Niet veel later voel ik gestoot aan mijn arm. Een oude vrouw staat met een leeg schaaltje tegen mijn arm te stoten en te bedelen om geld. Iedere dag weer... Ik wimpel haar af, maar ze gaat niet. Totdat de collega van Lanna helpt. Ze weet dat ik het vervelend vind en lacht naar me als de oude dame nu wel weg gaat. Helemaal weet ik niet precies wat ze zegt, maar kan er wel uit opmaken dat ze zegt dat ik geen geld heb. Die paar woorden Chinees ken ik nog net.
Enkele minuten later kijk ik wat achter me. Zie en vrouw lopen met haar demente vader. Ze neem hem mee aan een stok. De stok is eigenlijk meer een steel met rood plastic waarvan een deel is afgebladerd. De man heeft is erg vies en heeft zijn ogen dicht. Het is net alsof hij geen ogen heeft. Wie weet heeft hij dat ook niet, maar als ik te lang kijk, trek ik de aandacht van de vrouw. Kijk snel de andere kant op, alsof ik niets gezien heb. De spanning in mij word groter en voel het aankomen. Er begint iemand tegen me te praten. Ze staat 2 meter links van mij en hoor dat het een vrouw is. Ik doe alsof ik niets hoor. Als er tegen mijn arm geduwd word kan ik niet meer doen alsof ik niets door heb. Ik kijk en zie dat het de vrouw is met haar demente vader. Ze vraagt om geld. Ik zeg nee en draai de andere kant op. De collega helpt me en doet een poging de vrouw af te wimpelen. Ze blijft echter gewoon staan. Minuten lang. Later pak mijn glas en drink door middel van het rietje mijn sinasappelsap. Heb nu lang genoeg gewacht met drinken. De vrouw duwt het schaaltje weer tegen mijn arm en vraagt om geld. De wereld is hier hard en moet daardoor ook hard zijn. Als ik geld geef, staat ze iedere dag bij mij te bedelen, net zoals al die tien anderen. Ik zeg haar daarom weer "nee", draai me om en drink verder. De collega van Lanna wimpelt definitief af. De vrouw loopt achter mij langs naar de volgende bar. Even zie ik haar nog naar mij kijken en kijk ik nog terug. Ik voel me schuldig...